Squla - GIF - 468x60 - Leuk leren!

    

Rekenen onder de 10


Sommen waarbij de uitkomst niet boven de 10 uitkomt zijn erg belangrijk in groep 4. Daarom in dit artikel extra aandacht voor deze sommen. Denk niet te snel dat een kind deze sommen wel beheerst. Het is in groep 4 namelijk van groot belang dat kinderen deze  erg snel kunnen oplossen. Dit is nodig omdat deze sommen bij het rekenen tot 100 snel opgelost moeten kunnen worden om de grotere som uit te rekenen.

Het is voldoende als kinderen deze sommen binnen 4 seconden kunnen uitrekenen. Daarbij is het opletten geblazen dat dit niet op de vingers gebeurt of dat er teveel in het hoofd wordt doorgeteld. Het is de bedoeling dat kinderen deze opgaven uit het hoofd weten of dat ze een handige strategie gebruiken. Sommen die je uit het hoofd kent, kun je weer vergeten maar een strategie wordt een gewoonte waar kinderen erg veel gemak van kunnen hebben. Belangrijk dus om die strategieën aan te leren. Hier volgen er verschillende:

 

Gebruik maken van de 5-structuur

Dit begint met het oplossen van de sommen op de handen of op een rekenrek. Daar zijn 5 witte en 5 rode kralen te zien. Kinderen maken vaak al snel gebruik van deze structuur bij het tellen. Ze tellen bij acht kralen de vijf rode in één keer als 5 en tellen dan verder 6,7, 8. De som 5 + 3 levert dan ook meestal geen problemen op omdat 5 en 3 al een bekend beeld is op het rekenrek. Bij bijvoorbeeld de som 4 + 3 kunnen kinderen hier ook gebruik van maken. 4 + 1 = 5 en dan nog 5 + 2 = 7.

Eén meer of één minder

Wanneer de som 2 + 7 een probleem oplevert kan teruggegrepen worden naar een som die bijna hetzelfde is en die een kind wel uit het hoofd weet. Bij. 2 + 6 = 8 dus 2 + 7 is er één meer en dus 9. Bij minsommen levert deze strategie voor zwakke rekenaars vaak teveel problemen op. 8 – 3 = 5 dus 8 – 4 is er één meer of één minder? Deze strategie moet dan echt goed worden geoefend of anders niet worden aangeboden om verwarring te voorkomen.

Getallen omdraaien bij plussommen

Lijkt voor een volwassene zo logisch maar voor kinderen belangrijk om te leren. Plussommen mogen omgedraaid worden. In het geval 2 + 7 is 7 + 2 uitrekenen een stuk eenvoudiger!

Bij een minsom gebruik maken van een plussom

7 + 2 = 9 dus 9 – 2 = 7. In veel rekenmethodes wordt veel aandacht besteed aan deze strategie.

 

Hoe oefenen?

x Oefen deze sommen vaak en kort. Bijvoorbeeld iedere dag 10 minuten.

x Oefen zo nu en dan de splitsingen. 9 kun je verdelen over: 5 en 4, 3 en 6 enz. Vooral de splitsingen van 6 t/m 9 zijn belangrijk.

x Oefen met het tempo door zo snel mogelijk een aantal sommen te laten maken. Op www.somprint.nl kunt u steeds een nieuw blad printen met dit type sommen.

x Oefen ook de stipsommen. 2 + … = 10 (ook op somprint.nl gratis te printen).

x Vraag steeds naar de manier van uitrekenen en oefen af en toe met een strategie die nog niet wordt gebruikt.

x Ter afwisseling is online oefenen ook wel eens leuk. Er staan verschillende spelletjes op de pagina online oefenen.

 

Reacties zijn gesloten.